Nederlands - Français - English

Pieter Wagemans werd op 11 augustus 1948 geboren in Merksem (Antwerpen). Van in zijn jeugdjaren heeft de kunstenaar zich spontaan al tekenend weten uit te leven, een gave die hij allicht van zijn vader heeft meegekregen. Het werd vroeg duidelijk dat hij deze begaafdheid steeds verder zou ontwikkelen. Reeds op 15-jarige leeftijd besloot hij lessen te gaan volgen aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen.

Tijdens zijn opleiding aan de Academie kreeg hij de kans om veel naar het leven te tekenen, vooral stillevens, maar ook naakten en landschappen, telkens onder de leiding van bekwame professoren, zoals Jacques Gorus en Victor Dolpfyn. Zij gaven hem een goede steun bij het leren beheersen van de klassieke methode. Er werd tijdens de lessen zeer hard gewerkt met bijzonder goed gemotiveerde studenten.

1966: Groepsfoto van een aantal studenten aan de Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen, onder leiding van Prof. Gorus. Pieter zit gehurkt in het midden onderaan.

 

In 1969 behaalde Pieter het diploma van grafisch vormgever, kunstschilder en illustrator. Na zijn legerdienst startte hij op zelfstandige basis als ontwerper en illustrator en werkte gedurende jaren voor verschillende uitgeverijen.

Gedurende jaren verfijnde hij zijn schilderstechniek. Het was een lange zoektocht naar de ideale stijl die het best bij zijn visie en werkwijze paste. Zijn opleiding aan de Academie had hem op het juiste pad geholpen, maar er was nog een lange weg af te leggen. In deze periode nam Pieter de opdracht aan om grote plafondschilderingen aan te brengen in het 16de-eeuwse woonhuis van de Antwerpse kunstschilder Adam Van Noort. Deze schilderijen naar de oude meesters brachten hem de nodige ervaring bij in het kleurengebruik, de dramatiek tussen licht en schaduw, het belang van de compositie enz.

1979: Aan het werk tijdens het maken van een reeks plafondschilderingen in een historisch gebouw in Antwerpen.

Zijn stijl

Stilaan werd het voor Pieter duidelijk dat hij een steeds grotere voorkeur aan de dag legde voor het fijnschilderen. "Het gaat eerder om een karaktertrek dan om een bewust gezochte stijl", aldus Pieter.

Door het bestuderen van befaamde stillevens en werken van bloemenschilders, zoals Davids de Heem, Willem Heda en Rachael Ruys, verstevigde Pieter zijn inzicht in de kleurenharmonie en vergrootte zijn vakkennis. Thematisch verkiest hij stillevens met oude kunstvoorwerpen. Peilend naar de symbolische waarde van de compositie, bouwt hij een aangrijpend verhaal op. Het vanitasmotief (vergankelijkheid) is voor hem een grote inspiratiebron, waarbij de schoonheid dikwijls verwerkt wordt in de vorm van een bloemencompositie.

Pieter in zijn atelier

Als variatie op het stilleven specialiseerde hij zich de jongste jaren vooral in bloemencomposities. In vergelijking met het stilleven zijn er grote verschillen te merken zowel in expressie, techniek en compositie als wat het kleurenpalet betreft. De kleuren zijn iets zuiverder en contrastrijker. Door de bloemen krijgen de composities ook meer volume en geven ze een barokke indruk. Deze werken komen allemaal in zijn atelier tot stand, waarbij de landschappen spontaan ontstaan in zijn verbeelding. Voor de harmonische dieptewerking verkiest hij meestal de warme gloed van een lage zonnestand.

"Bloemen zijn een product van de natuur.
Je kan ze daarom ook het best realistisch weergeven."

"De roos geniet mijn voorkeur", aldus Pieter, "al was het maar omwille van haar aristocratische uitstraling. Vooral in combinatie met mooie stoffen en zilveren gebruiksvoorwerpen komen de mooiste composities tot stand."

Het fijnschilderen van bloemen vraagt een zeer grote discipline, omdat het begrip "tijd" een belangrijke hindernis is. Een bloem is immers steeds in beweging en daarin schuilt juist de moeilijkheid.Precies daarom maakt de schilder in dit geval geen gebruik van een onderschildering, maar schildert hij bloem per bloem in één keer af ("à la prima").

Soms heeft hij een hele dag nodig voor één bloem, soms ook maar enkele uren. Sommige bloemencomposities hebben in werkelijkheid nooit bestaan, omdat de bloemen één voor één werden geschilderd in een tijdsspanne van enkele weken.

 

 

Zijn techniek

Schilderen vergt tijd en geduld. "Ik doe er soms uren over om een nieuwe compositie van een stilleven samen te stellen", aldus Pieter. "Daarvoor heb ik nood aan voldoende voorwerpen. Mijn atelier is doorheen de jaren een klein museum geworden vol met oude gebruiksvoorwerpen. Sommige kruiken zijn bodemvondsten uit de 16de eeuw; andere voorwerpen komen van een of andere antiekmarkt, die ik regelmatig bezoek."

"Voor schilderijen van kleinere afmetingen verkies ik bij voorkeur paneel, meer bepaald mdf. Zo'n paneel voorzie ik van twee lagen primer om de zuigkracht te verminderen en een goede hechting te bekomen. Voor doeken van grotere afmetingen gebruik ik het fijnste Belgische lijnwaad, dat voorzien is van drie lagen zinkwit, zodat het oppervlak voldoende glad is."

Nadat de compositie is opgezet, wordt de tekening met grafietpotlood nauwkeurig uitgetekend. Dan volgt de onderschildering. Die wordt vrij dik als eerste laag opgezet met een mager medium: drie delen terpentijn en een deel lijnolie. De onderschildering wordt bewust in de toonwaarden iets donkerder gemaakt, maar wel in de zo dicht mogelijk benaderende eindkleur, dus geen homogeen bruine onderschildering of grisaille. Een bruingrijze onderschildering gebruikt de schilder enkel voor portretten. Tijdens deze fase wordt ook de dramatiek van de schaduwen bepaald.

"De onderschildering is volgens mij het belangrijkste tijdens de opbouw van een schilderij", aldus Pieter. "Als die goed gelukt is, kan het schilderij haast niet meer mislukken. Tijdens de afschildering begin ik vanuit de achtergrond naar voren te werken. Daarbij gebruik ik een vetter medium: een deel terpentijn, een deel lijnolie en twee soeplepels standolie voor een volume van een halve liter. Dit mengsel voldoet perfect, zowel op doek als op paneel. Om een perfecte stofuitdrukking te bekomen, is het goed bekijken en doorgronden van de diverse structuren van groot belang, maar het is enkel door veel te schilderen dat men dit goed kan leren beheersen. Elk voorwerp heeft immers zijn eigen karaktertrekken. Eigenlijk ziet men duizenden details, maar men kan niet alles schilderen wat men ziet. De kunst van het weglaten is dus zeer belangrijk. Om een geslaagd schilderij te bekomen, mag men het niet enkel fotografisch benaderen. Dat is ook de reden waarom een schilderij een foto artistiek kan overstijgen. Ik maak zelden gebruik van het glaceren, enkel voor een betere dieptewerking van de schaduwen, omdat het pittige kleurenvoordeel van het "à la prima"-schilderen daar nadeel van ondervindt."

HOME

--------------------------------------------------------------------

© Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd, gekopieerd of op een andere wijze gepubliceerd zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de verantwoordelijke uitgever.